Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2018 Fiona Huisman

Boeken

Hij doet niks hoor! "Ik ken een meneer met een poedel en die praat tegen zijn hond alsof het een kind is.” Ik ben op een feestje en sta samen met nog een paar mensen in een kring om de spreekster heen. Deze staat met een glas in haar hand te genieten van de aandacht. Ze gaat nog even door: "Zooooo, Meisjepeisje, jij bent wel moe na zo'n lange wandeling, hè?' kirt ze, de meneer met de poedel imiterend. "En die poedel heeft een jásje aan, nou jaaaaa!' De mensen om haar heen slaan zich op de dijen en doen van: "Woehahaha.' "Woehahaha,' doe ik ook een beetje halfslachtig mee, maar het gaat niet echt van harte. Ik praat namelijk ook zo tegen mijn hond, al heeft hij dan geen jasje aan… Fiona schetst in korte anekdotes hoe haar leven met haar honden er uit ziet. Met veel gevoel voor humor verhaalt ze over hilarische achtervolgingen door "wilde dieren", idiote ontmoetingen in het bos en gemankeerde reddingshonden. In deze bundel met herkenbare columns laat Fiona zien dat het leven met een hond bijzonder, grappig en vooral heerlijk is. Verkrijgbaar bij Bol.com  en Uitgeverij Eigenzinnig Megamorfoosje, de kleine grootse heks Op 2 juli 2018 kwam mijn kinderboek ‘Megamorfoosje, de kleine grootse heks’ uit. De uitgeverij is Schrijverspunt. De illustraties zijn gemaakt door Roos Lechner. Op de flaptekst staat: Megamorfoosje is een piepklein heksje. Ze woont in een bos, net als haar beste vriend Pieter. Ze is heel tevreden met haar leven, totdat Pieter vertelt dat er een wereldberoemde heks in het land is aangekomen. Deze heks is mooi, groot en tovert Grootse Dingen! Vanaf dat moment wil Foosje ook wereldberoemd zijn en Grootse Dingen toveren. Maar is dat nu wel zo’n goed idee? In vier spannende en grappige verhalen gaan we op reis met Foosje en Pieter. Zo bezoeken we een Bosbuurtbakwedstrijd, sluipen we voorzichtig door het gevaarlijke Trollenbos en maken we kennis met de grootste pestkop van het bos. Een stukje uit het eerste verhaal, waarin we met Megamorfoosje en Pieter naar het dorp gaan, waar een toverdemonstratie wordt gegeven door Luzilla Papilla, de wereldberoemde heks: Burgemeester: ‘Zoals ik al zei, het is me een grote, nee, een enórme eer en een fantástisch genoegen: mag ik een luid applaus voor onze wereldberoemde heks…(een pauze voor het effect en een tromgeroffel van de band)…Luzilla Papilla!!!’ En het publiek klapte, en juichte en Foosje zei: ‘Wat is dat nou voor rare naam? Luzilla Wattilla?’ ‘Papilla,’ verbeterde Pieter haar, ‘en het is net zo’n rare naam als Foosje.’ ‘Megamorfoosje!’ zei Foosje beledigd, maar Pieter luisterde al niet meer. De heks betrad het podium. ‘Zo groot is ze helemaal niet,’ zei Foosje. ‘Maar wel mooi,’ zei Pieter en dat was zo. De heks was prachtig om te zien, met rood krullend haar tot op haar middel, prachtige groene ogen en een gezicht waar geen sproetje op zat. Ze droeg een hemelsblauwe jurk met glimmende steentjes. ‘Ze is net een prinses!’ zei Pieter en hij zuchtte verrukt. ‘Ze is net een suikerspin in twee kleuren,’ zei Foosje nijdig, waarop Pieter zei dat hij dol op suikerspinnen was. ‘Hmpf,’zei Foosje. Luzilla nam de microfoon van de burgemeester over en zei bescheiden: ‘Dank u wel burgemeester, maar wereldberoemd is wat overdreven hoor,’ en ze lachte bescheiden. ‘Ik ga u wat toverkunsten laten zien die ik mezelf in de loop van de jaren heb aangeleerd. Allereerst zal ik onze burgemeester laten zweven,’ en ze mompelde een spreuk, wees naar de burgemeester die zich nog uit de voeten wilde maken maar te laat was en terwijl het publiek zuchtte van verrukking zweefde de burgemeester al hoog in de lucht. ‘Zet me neer!’ riep hij met overslaande stem, ‘ik heb hoogtevrees!’ en hij werd bleek en knalrood en daarna weer bleek. Zijn armen zwaaiden heen en weer en hij schopte met zijn benen. Het publiek schaterde. ’Zet me nu ONMIDDELLIJK neer!’ riep hij boos, maar de heks wees met haar vinger en de burgemeester zweefde een keurig rondje over het publiek, dat het fantastisch vond. Uiteindelijk kwam hij weer boven het podium terecht en terwijl hij sputterde en mopperde liet de heks hem langzaam naar beneden zweven. Het publiek floot en klapte en ging uit zijn dak. De burgemeester stond weer op het podium, zijn haar in de war, de krul uit zijn snor en zijn kleren wat kreukelig, maar verder mankeerde hem niks.  Luzilla toverde een enorme doos bonbons tevoorschijn en gaf deze aan de burgemeester. ‘Voor de schrik,’ zei ze. ‘De volgende toverkunst,’ ging de heks verder terwijl de burgemeester snel van het podium af ging, ‘is er eentje waar ik dol op ben. Wie lust er koekjes en snoep?’ ‘Ikke!’ riepen de mensen in koor. Pieter riep net zo hard mee vanaf zijn muurtje. ‘Wil de band dan nu een roffel inzetten?’ vroeg Luzilla glimlachend, maar er gebeurde niks. Stomverbaasd keken de leden van de band naar hun instrumenten. Alle instrumenten waren veranderd. Het drumstel bestond uit koekjes. De drumstokjes waren opeens zuurstokken. De trompettist hield een trompet van chocola in zijn hand. De violen waren van marsepein en de snaren van trekdrop. Het publiek gierde het uit, ze sloegen elkaar op de schouders en zichzelf op de knieën. De band keek wat sip, maar nadat iedereen uitgelachen was veranderde Luzilla alles weer terug. Uit het drumstel miste een hapje. Het boek is te bestellen bij Uitgeverij Schrijverpunt . Uiteraard ook uw eigen boekhandel en bij Bruna, Libris en Bol.com
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2018 Fiona Huisman

Boeken

Hij doet niks hoor! "Ik ken een meneer met een poedel en die praat tegen zijn hond alsof het een kind is.” Ik ben op een feestje en sta samen met nog een paar mensen in een kring om de spreekster heen. Deze staat met een glas in haar hand te genieten van de aandacht. Ze gaat nog even door: "Zooooo, Meisjepeisje, jij bent wel moe na zo'n lange wandeling, hè?' kirt ze, de meneer met de poedel imiterend. "En die poedel heeft een jásje aan, nou jaaaaa!' De mensen om haar heen slaan zich op de dijen en doen van: "Woehahaha.' "Woehahaha,' doe ik ook een beetje halfslachtig mee, maar het gaat niet echt van harte. Ik praat namelijk ook zo tegen mijn hond, al heeft hij dan geen jasje aan… Fiona schetst in korte anekdotes hoe haar leven met haar honden er uit ziet. Met veel gevoel voor humor verhaalt ze over hilarische achtervolgingen door "wilde dieren", idiote ontmoetingen in het bos en gemankeerde reddingshonden. In deze bundel met herkenbare columns laat Fiona zien dat het leven met een hond bijzonder, grappig en vooral heerlijk is. Verkrijgbaar bij Bol.com  en Uitgeverij Eigenzinnig Megamorfoosje, de kleine grootse heks Op 2 juli 2018 kwam mijn kinderboek ‘Megamorfoosje, de kleine grootse heks’ uit. De uitgeverij is Schrijverspunt. De illustraties zijn gemaakt door Roos Lechner. Op de flaptekst staat: Megamorfoosje is een piepklein heksje. Ze woont in een bos, net als haar beste vriend Pieter. Ze is heel tevreden met haar leven, totdat Pieter vertelt dat er een wereldberoemde heks in het land is aangekomen. Deze heks is mooi, groot en tovert Grootse Dingen! Vanaf dat moment wil Foosje ook wereldberoemd zijn en Grootse Dingen toveren. Maar is dat nu wel zo’n goed idee? In vier spannende en grappige verhalen gaan we op reis met Foosje en Pieter. Zo bezoeken we een Bosbuurtbakwedstrijd, sluipen we voorzichtig door het gevaarlijke Trollenbos en maken we kennis met de grootste pestkop van het bos. Een stukje uit het eerste verhaal, waarin we met Megamorfoosje en Pieter naar het dorp gaan, waar een toverdemonstratie wordt gegeven door Luzilla Papilla, de wereldberoemde heks: Burgemeester: ‘Zoals ik al zei, het is me een grote, nee, een enórme eer en een fantástisch genoegen: mag ik een luid applaus voor onze wereldberoemde heks…(een pauze voor het effect en een tromgeroffel van de band)…Luzilla Papilla!!!’ En het publiek klapte, en juichte en Foosje zei: ‘Wat is dat nou voor rare naam? Luzilla Wattilla?’ ‘Papilla,’ verbeterde Pieter haar, ‘en het is net zo’n rare naam als Foosje.’ ‘Megamorfoosje!’ zei Foosje beledigd, maar Pieter luisterde al niet meer. De heks betrad het podium. ‘Zo groot is ze helemaal niet,’ zei Foosje. ‘Maar wel mooi,’ zei Pieter en dat was zo. De heks was prachtig om te zien, met rood krullend haar tot op haar middel, prachtige groene ogen en een gezicht waar geen sproetje op zat. Ze droeg een hemelsblauwe jurk met glimmende steentjes. ‘Ze is net een prinses!’ zei Pieter en hij zuchtte verrukt. ‘Ze is net een suikerspin in twee kleuren,’ zei Foosje nijdig, waarop Pieter zei dat hij dol op suikerspinnen was. ‘Hmpf,’zei Foosje. Luzilla nam de microfoon van de burgemeester over en zei bescheiden: ‘Dank u wel burgemeester, maar wereldberoemd is wat overdreven hoor,’ en ze lachte bescheiden. ‘Ik ga u wat toverkunsten laten zien die ik mezelf in de loop van de jaren heb aangeleerd. Allereerst zal ik onze burgemeester laten zweven,’ en ze mompelde een spreuk, wees naar de burgemeester die zich nog uit de voeten wilde maken maar te laat was en terwijl het publiek zuchtte van verrukking zweefde de burgemeester al hoog in de lucht. ‘Zet me neer!’ riep hij met overslaande stem, ‘ik heb hoogtevrees!’ en hij werd bleek en knalrood en daarna weer bleek. Zijn armen zwaaiden heen en weer en hij schopte met zijn benen. Het publiek schaterde. ’Zet me nu ONMIDDELLIJK neer!’ riep hij boos, maar de heks wees met haar vinger en de burgemeester zweefde een keurig rondje over het publiek, dat het fantastisch vond. Uiteindelijk kwam hij weer boven het podium terecht en terwijl hij sputterde en mopperde liet de heks hem langzaam naar beneden zweven. Het publiek floot en klapte en ging uit zijn dak. De burgemeester stond weer op het podium, zijn haar in de war, de krul uit zijn snor en zijn kleren wat kreukelig, maar verder mankeerde hem niks.  Luzilla toverde een enorme doos bonbons tevoorschijn en gaf deze aan de burgemeester. ‘Voor de schrik,’ zei ze. ‘De volgende toverkunst,’ ging de heks verder terwijl de burgemeester snel van het podium af ging, ‘is er eentje waar ik dol op ben. Wie lust er koekjes en snoep?’ ‘Ikke!’ riepen de mensen in koor. Pieter riep net zo hard mee vanaf zijn muurtje. ‘Wil de band dan nu een roffel inzetten?’ vroeg Luzilla glimlachend, maar er gebeurde niks. Stomverbaasd keken de leden van de band naar hun instrumenten. Alle instrumenten waren veranderd. Het drumstel bestond uit koekjes. De drumstokjes waren opeens zuurstokken. De trompettist hield een trompet van chocola in zijn hand. De violen waren van marsepein en de snaren van trekdrop. Het publiek gierde het uit, ze sloegen elkaar op de schouders en zichzelf op de knieën. De band keek wat sip, maar nadat iedereen uitgelachen was veranderde Luzilla alles weer terug. Uit het drumstel miste een hapje. Het boek is te bestellen bij Uitgeverij Schrijverpunt . Uiteraard ook uw eigen boekhandel en bij Bruna, Libris en Bol.com