Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Borger Misschien had ik de duivelse schaterlach van de groene specht die mij bij het begin van de route lang achtervolgde als teken moeten opvatten. Of de theeblaadjes beter moeten lezen die na mijn ontbijt duidelijke signalen moeten hebben afgegeven in het kopje. Want routebeschrijvingen en ik zijn niet de beste combinatie. Maar laat ik bij het begin beginnen. Mijn eerste kleine reisje was een wandelroute in Borger. ‘s Morgens vroeg om 7.00 stonden hond Lison en ik bij het Hunebedcentrum in Borger om van daaruit een wandeling van 11 kilometer te maken, waar ook een paaltjeswandeling bij in zat. Het was een ijzig koude ochtend in maart, het waaide stevig en daardoor was de gevoelstemperatuur ongeveer -1000. Hoewel mijn oogbollen bevroren waren zag ik toch de prachtig rode zonsopgang. De sneeuwklokjes kleurden de bermen wit en vogels floten hun lentelied. Ik had -tegen beter weten in- een routebeschrijving geprint, maar voor de zekerheid ook mijn routeapp aangezet, om eventueel mijn daadwerkelijke route met die op het kaartje te vergelijken. Tip: Runtastic voor Android. Werkt feilloos op mijn Samsung, getuige het feit dat ik in staat ben dit stukje te schrijven, en niet inmiddels gemummificeerd en diepgevroren op de bodem van een gletsjerkuil lig. Al bij de eerste aanwijzing ging het bijna fout: ‘sla vanaf de parkeerplaats de eerste verharde weg rechts in’. Rechts weet ik. De parkeerplaats ook, daar stond ik. Dus dat zou moeten lukken. Helaas was de eerste verharde weg een zwaar twijfelgeval, want hij was wel verhard, maar niet echt een weg. Want vrij smal. Dus is het dan een weg of een pad? Toch maar rechts laten liggen en inderdaad, even later kwamen we bij een heuse weg die naar het kanaal voerde. En de volgende aanwijzing klopte ook nog: ‘steek het kanaal over via het smalle betonnen bruggetje’. Dat was nog best spannend, dat bruggetje was ongeveer zo breed als mijn achterste WAT BEST MEEVALT! maar de spanning bestond uit het feit dat er woest water over het dammetje stroomde. En ik ons daar al in zag vallen, weggesleurd door de stroming, verder dan Berend Botje ooit zou varen. Toch veilig aan de overkant aangekomen moesten we een jaagpad volgen, met aan de andere hand weilanden. Dat jaagpad was geen probleem, da’s langs het water, weet ik nog van school. Maar de volgende aanwijzing was: ‘Loop langs de sloot’. En die miste ik natuurlijk, want het was niet meer dan een greppel. Met zonder water. Dus is het dan een sloot of een greppel? Misschien ben ik gewoon niet zo geschikt voor dit soort aanwijzingen, want ik lees dan gewoon graag: ‘Bij de eerste de beste uitholling in de grond, waar zelfs in zeer natte tijden geen water in staat en die dus eigenlijk geen sloot genoemd mag worden, gaat u rechts af. Oh ja en aan uw rechterhand staat een koe’.  Dus ging ik niet rechtsaf en aldus geschiedde dat ik ook niet op het tegenovergelegen zandpad uitkwam en dat pas na veel zoeken en nog meer vloeken en met behulp van de app vond. En zei ik al dat het ijzig koud was? Tot dusver was de wandeling niet bijzonder mooi, maar wel leuk en afwisselend. Het bruggetje was vrij spectaculair en het jaagpad langs het water was prima te doen. Het baggeren door het weiland was iets minder, maar met het juiste schoeisel aan hou je droge voeten in een nat seizoen. Gelukkig was de volgende aanwijzing redelijk makkelijk: ‘Volg het zandpad’. En uiteindelijk vond ik de blauwe paaltjesroute die ik moest gaan volgen. Alhoewel daar meteen de volgende uitdaging lag: Er stonden paaltjes. Blauwe ook. Sterker nog, ik had bijna eentje operatief uit mijn knie moeten laten verwijderen. Maar ze moesten bij een parkeerplaats beginnen. Met een informatiebord. En al wat ik vond was een open plek in het  bos met een bordje: ‘Mountainbikeroute’.  Maar omdat ik een blauw paaltje niet in de bek wilde kijken ben ik toch maar gaan lopen. Gelukkig maar, want de open plek bleek inderdaad de parkeerplaats. De blauwe paaltjesroute is een prachtige route, langs pingo ruïnes (alwaar Lison een duik nam en opeens egaal zwart was), hunebedden (op afstand maar toch) en een stormbos. Dit is een stuk bos dat tijdens de novemberstorm in 1972 volledig plat is gegaan. Het ligt er nog steeds zo bij. Prachtig en spookachtig begroeid met mos. Je zou hier zo trollen en elfjes tegen kunnen komen. Gelukkig had ik Lison aan de lijn, want we kwamen op dat vroege uur een paar keer een groepje reeën tegen. De route was erg afwisselend, met hier en daar heidevelden, waar de opkomende zon prachtige lichte plekken op schilderde. De vogels bezongen ook hier alvast de lente en uit de wind, op een zonnige plek kon zelfs ik het voorjaar voelen. Het was heerlijk om op dit tijdstip geen mens tegen te komen. Vooral ook vanwege de sanitaire stop die ik moest maken en het ontbreken van blaadjes aan struikjes om één en ander te verbergen. Hoewel de blauwe paaltjes nogal erg blauw waren en derhalve moeilijk te missen, lukte dat toch. Na lang zoeken vond ik eindelijk de weg weer terug (leve mijn app) en toen was het tijd voor een broodje. Al snel vond in een door de zon voorverwarmd bankje en daar heb ik heerlijk gezeten, fantaserend over de lente die ooit zou komen. Ik heb van de wandeling genoten, ondanks dat ik later alwéér een paaltje miste. Het enige echte nadeel van de route was dat we een stuk dezelfde weg weer terug moesten volgen. Wat achteraf voor mij natuurlijk niet dezelfde weg was, omdat ik deze keer wonderwel goed liep. Uiteindelijk heb ik bijna 3 kilometer omgelopen, maar het was zeker de moeite waard. De route is hier te vinden: Klikkerdeklik (het is de gletsjerkuilwandeling) De route die ik liep…   en die ik had moeten lopen.
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Borger Misschien had ik de duivelse schaterlach van de groene specht die mij bij het begin van de route lang achtervolgde als teken moeten opvatten. Of de theeblaadjes beter moeten lezen die na mijn ontbijt duidelijke signalen moeten hebben afgegeven in het kopje. Want routebeschrijvingen en ik zijn niet de beste combinatie. Maar laat ik bij het begin beginnen. Mijn eerste kleine reisje was een wandelroute in Borger. ‘s Morgens vroeg om 7.00 stonden hond Lison en ik bij het Hunebedcentrum in Borger om van daaruit een wandeling van 11 kilometer te maken, waar ook een paaltjeswandeling bij in zat. Het was een ijzig koude ochtend in maart, het waaide stevig en daardoor was de gevoelstemperatuur ongeveer -1000. Hoewel mijn oogbollen bevroren waren zag ik toch de prachtig rode zonsopgang. De sneeuwklokjes kleurden de bermen wit en vogels floten hun lentelied. Ik had -tegen beter weten in- een routebeschrijving geprint, maar voor de zekerheid ook mijn routeapp aangezet, om eventueel mijn daadwerkelijke route met die op het kaartje te vergelijken. Tip: Runtastic voor Android. Werkt feilloos op mijn Samsung, getuige het feit dat ik in staat ben dit stukje te schrijven, en niet inmiddels gemummificeerd en diepgevroren op de bodem van een gletsjerkuil lig. Al bij de eerste aanwijzing ging het bijna fout: ‘sla vanaf de parkeerplaats de eerste verharde weg rechts in’. Rechts weet ik. De parkeerplaats ook, daar stond ik. Dus dat zou moeten lukken. Helaas was de eerste verharde weg een zwaar twijfelgeval, want hij was wel verhard, maar niet echt een weg. Want vrij smal. Dus is het dan een weg of een pad? Toch maar rechts laten liggen en inderdaad, even later kwamen we bij een heuse weg die naar het kanaal voerde. En de volgende aanwijzing klopte ook nog: ‘steek het kanaal over via het smalle betonnen bruggetje’. Dat was nog best spannend, dat bruggetje was ongeveer zo breed als mijn achterste WAT BEST MEEVALT! maar de spanning bestond uit het feit dat er woest water over het dammetje stroomde. En ik ons daar al in zag vallen, weggesleurd door de stroming, verder dan Berend Botje ooit zou varen. Toch veilig aan de overkant aangekomen moesten we een jaagpad volgen, met aan de andere hand weilanden. Dat jaagpad was geen probleem, da’s langs het water, weet ik nog van school. Maar de volgende aanwijzing was: ‘Loop langs de sloot’. En die miste ik natuurlijk, want het was niet meer dan een greppel. Met zonder water. Dus is het dan een sloot of een greppel? Misschien ben ik gewoon niet zo geschikt voor dit soort aanwijzingen, want ik lees dan gewoon graag: ‘Bij de eerste de beste uitholling in de grond, waar zelfs in zeer natte tijden geen water in staat en die dus eigenlijk geen sloot genoemd mag worden, gaat u rechts af. Oh ja en aan uw rechterhand staat een koe’.  Dus ging ik niet rechtsaf en aldus geschiedde dat ik ook niet op het tegenovergelegen zandpad uitkwam en dat pas na veel zoeken en nog meer vloeken en met behulp van de app vond. En zei ik al dat het ijzig koud was? Tot dusver was de wandeling niet bijzonder mooi, maar wel leuk en afwisselend. Het bruggetje was vrij spectaculair en het jaagpad langs het water was prima te doen. Het baggeren door het weiland was iets minder, maar met het juiste schoeisel aan hou je droge voeten in een nat seizoen. Gelukkig was de volgende aanwijzing redelijk makkelijk: ‘Volg het zandpad’. En uiteindelijk vond ik de blauwe paaltjesroute die ik moest gaan volgen. Alhoewel daar meteen de volgende uitdaging lag: Er stonden paaltjes. Blauwe ook. Sterker nog, ik had bijna eentje operatief uit mijn knie moeten laten verwijderen. Maar ze moesten bij een parkeerplaats beginnen. Met een informatiebord. En al wat ik vond was een open plek in het  bos met een bordje: ‘Mountainbikeroute’.  Maar omdat ik een blauw paaltje niet in de bek wilde kijken ben ik toch maar gaan lopen. Gelukkig maar, want de open plek bleek inderdaad de parkeerplaats. De blauwe paaltjesroute is een prachtige route, langs pingo ruïnes (alwaar Lison een duik nam en opeens egaal zwart was), hunebedden (op afstand maar toch) en een stormbos. Dit is een stuk bos dat tijdens de novemberstorm in 1972 volledig plat is gegaan. Het ligt er nog steeds zo bij. Prachtig en spookachtig begroeid met mos. Je zou hier zo trollen en elfjes tegen kunnen komen. Gelukkig had ik Lison aan de lijn, want we kwamen op dat vroege uur een paar keer een groepje reeën tegen. De route was erg afwisselend, met hier en daar heidevelden, waar de opkomende zon prachtige lichte plekken op schilderde. De vogels bezongen ook hier alvast de lente en uit de wind, op een zonnige plek kon zelfs ik het voorjaar voelen. Het was heerlijk om op dit tijdstip geen mens tegen te komen. Vooral ook vanwege de sanitaire stop die ik moest maken en het ontbreken van blaadjes aan struikjes om één en ander te verbergen. Hoewel de blauwe paaltjes nogal erg blauw waren en derhalve moeilijk te missen, lukte dat toch. Na lang zoeken vond ik eindelijk de weg weer terug (leve mijn app) en toen was het tijd voor een broodje. Al snel vond in een door de zon voorverwarmd bankje en daar heb ik heerlijk gezeten, fantaserend over de lente die ooit zou komen. Ik heb van de wandeling genoten, ondanks dat ik later alwéér een paaltje miste. Het enige echte nadeel van de route was dat we een stuk dezelfde weg weer terug moesten volgen. Wat achteraf voor mij natuurlijk niet dezelfde weg was, omdat ik deze keer wonderwel goed liep. Uiteindelijk heb ik bijna 3 kilometer omgelopen, maar het was zeker de moeite waard. De route is hier te vinden: Klikkerdeklik (het is de gletsjerkuilwandeling) De route die ik liep…   en die ik had moeten lopen.