Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Lapland In de winter van 2015 vertrok ik met vriendin Sandra naar Lapland, voor een 8 daagse vakantie. Een lang gekoesterde wens van ons beide, we wilden namelijk dolgraag eens een huskytocht maken. In deze reis werd een 3 daagse huskytocht aangeboden, met één overnachting. In een wildernishut. Het leek me ge-wel-dig! En kou? Och. Je woont in Nederland of niet. Toch? Warmte is voor watjes. De weken voorafgaand aan de vakantie zat ik obsessief de weersvoorspelling in de gaten te houden, want het moest natuurlijk wel KOUD zijn. Het kwik bleef steeds wat steken op -10, wat ik teleurstellend vond. Ik wilde natuurlijk wel met stoere verhalen thuiskomen. Dat er ijspegels in mijn snor hingen bijvoorbeeld. Die ik voor de gelegenheid liet staan. Een paar dagen voor we vertrokken kwam er een hogedruk gebied opzetten en bleek het -30 te worden. En dat vond ik VET! Warmte, watjes… We kwamen met het vliegtuig aan in Kuusamo en daar zou een bus klaar staan om ons naar Iso Syöte te brengen, een heuvel midden in Lapland, waar een gelijknamig hotel op gebouwd is en waar skipistes liggen. Er stond een bus, met een dame die alle namen afstreepte op haar schrijfdinges. Niet onze namen, want die stonden er niet op. Daar werden we best wat zenuwachtig van, want meer busjes gingen er niet. En nee, onze namen waren niet doorgegeven. Dus konden ze ons niet meenemen. Of ze dan misschien even wilde bellen? Natuurlijk wilde ze dat en gelukkig mochten we uiteindelijk mee. Dit communicatiefoutje was onze mazzel, want omdat iedereen al zat mochten wij voorin zitten, naast de chauffeur. En dat betekende een waanzinnig goed uitzicht. Lapland is nogal bebost, en de weg slingerde zich door bossen met bomen die zwaar hingen van de sneeuw die ze torsten. Ze hadden de bizarste vormen aangenomen. Na deze prachtige rit kwamen we bij het hotel aan waar we een blokhut kregen toegewezen. Een blokhut als uit een sprookje. Helemaal met sneeuw bedekt en glinsterend van de ijskristallen. Boven op de berg was de temperatuur -16, maar beneden in het dal, waar we de volgende dag naar toe wandelden, was het de beloofde -30. Omdat we in een blokhut verbleven en we dus 2x per dag naar het hotel moesten lopen om te eten kwamen we er al snel achter dat leven in zo’n koude wereld tamelijk bewerkelijk is. Namelijk: onderbroek, BH, thermohemd, thermobroek. Joggingbroek, skibroek. Longsleeve, trui, ski-jas. Over dat alles een sneeuwoverall (die we te leen kregen van het hotel), muts, sjaal handschoenen. Sokken, sokken, snowboots. Dan een kwartier lopen naar het hotel. We hebben geprobeerd af te snijden maar dat eindigde in een hysterische lachbui omdat we opeens tot ons middel in de sneeuw stonden en geen kant meer op konden. In het hotel aangekomen: muts en sjaal af, handschoenen, sneeuwoverall, skipak uit. En dat alles wil pas als je eerst je snowboots uittrekt. En, om eerlijk te zeggen: de kou viel wel een ietsepietsje tegen. Tot onze onuitsprekelijke verbazing (even in de roddelmodus) zat er een stel in een blokhut naast ons waarvan de meneer MET ZONDER JAS!!!! naar het hotel liep, elke dag. Dat wil zeggen: in zo’n parka van wol waar nul voering in zit. Dat is IMHO in die gruwelijke ijselijkheid het equivalent van een schaamlapje! En dan ook nog op keurige van Bommel schoenen. Ik overleefde de wandeling naar het hotel steeds maar net, maar deze man moet wel vloeibaar stikstof in zijn aderen hebben gehad. Ik kan er nog wakker van liggen. Goed, exit roddelmodus. De huskytocht dan. That was something else! De eerste dag hadden we een oefentocht en de tweede en derde dag zou een lange tocht met overnachting worden. De oefentocht was (natuurlijk) koud, maar geweldig. Omdat er zo’n anderhalve meter sneeuw lag waren er met een sneeuwscooter paden gemaakt waar de husky’s overheen konden rennen zonder na 1 meter al vast te zitten in de sneeuw Starten was tamelijk ingewikkeld, als je denkt dat je het touw waarmee de honden met slee en al aan een boom zitten vastgebonden kunt losmaken, rustig op de slee kunt klimmen en ‘vort’ kunt roepen zit je er naast. Dan sta je naast een lege boom en zie je nog net in de verte wat staarten verdwijnen. De honden stonden al aan namelijk. Ze waren al op de plaats aan het rennen en maakten een hels kabaal. Ik moest in de slee gaan zitten en Sandra stond achterop. We hadden 6 honden voor de slee die onze bevallige derrières vooruit moesten zien te sleuren. Toen één van de medewerkers het touw losmaakte werden we gelanceerd en begon de tocht. Wat een snelheid, wat een euforie en eerlijk is eerlijk, wat een stank! De honden poepten onder het rennen en wat net niet in ons gezicht spetterde was een soort diarree met een zeer doordringende stank. Maar zoals elke natuurlijke bron was ook deze bron snel opgedroogd en konden we echt van de tocht genieten. En het was verpletterend mooi. Een strakblauwe lucht, volledig windstil en het enige wat je hoorde was het knerpen van de sneeuw en het gehijg van de honden. Voor de groep uit reed de gids op een sneeuwscooter. Sturen hoefde niet, de honden bleven automatisch op het pad. Hoewel… Nee, dat vertel ik straks. Halverwege stopten we om te lunchen. De honden werden weer aan een boom vastgebonden en ik werd losgebikt. Want zonder te bewegen in de slee zitten is koud. Kouder dan het hart van Kim Yong Un (hoewel de meneer van de blokhut naast ons in zijn schaamlapje waarschijnlijk om een koud biertje zou hebben gevraagd). De lunch bestond uit worstjes die we boven een vers gestookt vuurtje konden roosteren en dat was heerlijk! Ook was er warm bessensap en koekjes. Vervolgens ging de tocht weer terug naar de boerderij en was ik aan de buurt om op de slee te staan. Omdat je af en toe even mee moest rennen en duwen bleef iedereen die achterop stond heerlijk warm. Maar niet yours truely. Ondanks de extra beweging waarvan je bloed schijnt te gaan stromen, stroomde het bij mij van nek tot enkels tot polsen. En daar hield het feest op. Als snel werden mijn handen en voeten gevoelloos en ook mijn gezicht voelde ik niet meer en toen we weer bij de huskyfarm aankwamen was mijn opluchting dan ook groot. Gek genoeg was ik de enige die het echt heel koud had. Terug in het hotel was het eerste wat ik kocht was een balaclava om mijn gezicht te beschermen. Daarmee bedoel ik niet een van honing druipend gebakje dat ik over mijn gezicht zou smeren (hoewel ik dat stiekem best eens zou willen doen, helaas hebben mensen tongtechnisch gezien slechts een beperkt bereik over hun eigen gezicht dus stop ik het liever meteen in mijn  mond). Nee, het verschil is een ‘la’. Een balaclava is een soort bivakmuts. Dag twee was de dag waarop de overnachting in een wildernishut zou plaatsvinden. Deze keer kreeg iedereen een eigen slee, met 4 honden ervoor. Ik mocht helemaal achteraan starten, de gids ging weer voorop. Na de lancering ging de reis aanvankelijk prachtig, ik stond lekker op de slee, de honden liepen keurig en, in tegenstelling tot de rest van de deelnemers was ik er nog niet afgevallen. De tocht ging door nauwe bospaadjes met veel bochten en zo kon het gebeuren dat ik regelmatig langs een in de sneeuw liggend mens zoefde. Dat ik dan gewoon liet liggen. Want het duurde nooit lang of de scooter kwam langs, pikte het lichaam op, ving de uitzinnig rennende husky’s die zonder slee heel snel konden, zette de groep stil en het lichaam -wat het dan inmiddels weer deed- weer op de slee en een tijdje later konden we weer verder. En toen. Toen gebeurde het. In een zeer dicht bebost stuk splitste het pad zich. Alle sleeën voor mij gingen rechtdoor, mijn honden gingen rechtsaf. Ik ging met mijn hele gewicht op de rem staan, riep iets in de trant van: ‘HOOO GODVERDEGODSAMME STOPPEN POTVER!’ (en dan nog iets wat ermee te maken had dat ik ze even niet zo heel leuk en intelligent vond). Ze remden af en opeens stonden we muurvast in een meter sneeuw. Ik geef toe dat ik wat paniekerig was, de groep voor mij was al niet meer te horen. Afstappen was geen optie, de honden zouden onmiddellijk wegrennen en we waren al zo’n 30 kilometer onderweg. Ik bleef op de rem staan, andere opties overwegend. Als ik de slee liet gaan zou de scooter me weer oppikken, Ware het niet dat de honden de verkeerde kant op stonden, het kon dus nog geruime tijd duren voor ze me zouden missen. Doorgaan was ook geen optie, want waar zou het pad heen gaan? Diep de wildernis in, zonder eten bij -30? Ze moesten dus weer met de neus in de juiste richting gezet worden. Maar hoe doe je dat zonder van de slee te stappen? Uiteindelijk besloot ik met 1 been af te stappen, mijn handen gewoon vastgevroren te laten zitten aan de slee en met de andere voet de rem steeds heel even los te laten, zodat ik met mijn handen de slee in kleine stukjes kon draaien. En dat lukte. Na minutenlang zwoegen stonden we eindelijk in de juiste richting en konden we de groep weer achterna. En man, wat was ik trots op mezelf! Toen ik het tijdens de lunch aan de gids vertelde (niemand had iets gemerkt) zei hij luchtig dat alle paden weer naar de farm gaan. Ik was dus gewoon bij de boerderij aangekomen als ik was doorgegaan. Ook als ik van de slee was gevallen zouden ze me snel hebben gevonden. Wat het avontuur weer wat afzwakte. De overnachting was bijzonder. Koud. De hut was al in geen dagen gebruikt en het (toen niet zo) grappige was dat het binnen nog kouder aanvoelde dan buiten. We stookten de houtkachel flink op, maar het duurde toch nog zo’n 2 uur voordat de temperatuur in de hut tot boven het vriespunt was gekomen. En toen werd het heel gezellig, met een rendierstoofpot en sterke verhalen. Ik heb heerlijk geslapen in een legerslaapzak en met heel veel kleren aan. Ik dankte alle Samigoden dat ik voor het eerst in mijn leven niet midden in de nacht naar de WC hoefde, deze bevond zich namelijk buiten, op ruime afstand van de hut. De volgende dag gingen we weer op pad en om eerlijk te zijn weet ik daar niet zoveel meer van. Alleen dat ik het koud had en me serieus zorgen maakte over bevriezingsverschijnselen En dat ik –toen we weer bij de farm aankwamen- als enige uit de groep naar binnen werd gestuurd. De rest van de mensen moest eerst de honden verzorgen. Maar ik kon letterlijk bijna niet meer staan. Binnen waren koekjes, gebakjes en nog meer koekjes. Ik heb ook eentje voor Sandra overgelaten. Al mijn tenen bestaan gelukkig nog en achteraf kan ik zeggen dat het geweldig was. De natuur is overweldigend, we hebben zelfs nog een sneeuwscootertocht gemaakt, een wandeling naar het dal waar in het bezoekerscentrum een tentoonstelling was van hoe de mensen vroeger in Lapland leefden (Oh gruwel, die kou en geen moderne kleding) en rondgekeken bij de skipiste waar het heel gezellig was. Deze vakantie zou ik best nog eens willen doen, maar dan met Noordpoolschoenen en -handschoenen. Want ik zal het maar eerlijk bekennen: Hallo, mijn naam is Fiona Huisman en ik ben een watje.
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Lapland In de winter van 2015 vertrok ik met vriendin Sandra naar Lapland, voor een 8 daagse vakantie. Een lang gekoesterde wens van ons beide, we wilden namelijk dolgraag eens een huskytocht maken. In deze reis werd een 3 daagse huskytocht aangeboden, met één overnachting. In een wildernishut. Het leek me ge-wel-dig! En kou? Och. Je woont in Nederland of niet. Toch? Warmte is voor watjes. De weken voorafgaand aan de vakantie zat ik obsessief de weersvoorspelling in de gaten te houden, want het moest natuurlijk wel KOUD zijn. Het kwik bleef steeds wat steken op -10, wat ik teleurstellend vond. Ik wilde natuurlijk wel met stoere verhalen thuiskomen. Dat er ijspegels in mijn snor hingen bijvoorbeeld. Die ik voor de gelegenheid liet staan. Een paar dagen voor we vertrokken kwam er een hogedruk gebied opzetten en bleek het -30 te worden. En dat vond ik VET! Warmte, watjes… We kwamen met het vliegtuig aan in Kuusamo en daar zou een bus klaar staan om ons naar Iso Syöte te brengen, een heuvel midden in Lapland, waar een gelijknamig hotel op gebouwd is en waar skipistes liggen. Er stond een bus, met een dame die alle namen afstreepte op haar schrijfdinges. Niet onze namen, want die stonden er niet op. Daar werden we best wat zenuwachtig van, want meer busjes gingen er niet. En nee, onze namen waren niet doorgegeven. Dus konden ze ons niet meenemen. Of ze dan misschien even wilde bellen? Natuurlijk wilde ze dat en gelukkig mochten we uiteindelijk mee. Dit communicatiefoutje was onze mazzel, want omdat iedereen al zat mochten wij voorin zitten, naast de chauffeur. En dat betekende een waanzinnig goed uitzicht. Lapland is nogal bebost, en de weg slingerde zich door bossen met bomen die zwaar hingen van de sneeuw die ze torsten. Ze hadden de bizarste vormen aangenomen. Na deze prachtige rit kwamen we bij het hotel aan waar we een blokhut kregen toegewezen. Een blokhut als uit een sprookje. Helemaal met sneeuw bedekt en glinsterend van de ijskristallen. Boven op de berg was de temperatuur -16, maar beneden in het dal, waar we de volgende dag naar toe wandelden, was het de beloofde -30. Omdat we in een blokhut verbleven en we dus 2x per dag naar het hotel moesten lopen om te eten kwamen we er al snel achter dat leven in zo’n koude wereld tamelijk bewerkelijk is. Namelijk: onderbroek, BH, thermohemd, thermobroek. Joggingbroek, skibroek. Longsleeve, trui, ski-jas. Over dat alles een sneeuwoverall (die we te leen kregen van het hotel), muts, sjaal handschoenen. Sokken, sokken, snowboots. Dan een kwartier lopen naar het hotel. We hebben geprobeerd af te snijden maar dat eindigde in een hysterische lachbui omdat we opeens tot ons middel in de sneeuw stonden en geen kant meer op konden. In het hotel aangekomen: muts en sjaal af, handschoenen, sneeuwoverall, skipak uit. En dat alles wil pas als je eerst je snowboots uittrekt. En, om eerlijk te zeggen: de kou viel wel een ietsepietsje tegen. Tot onze onuitsprekelijke verbazing (even in de roddelmodus) zat er een stel in een blokhut naast ons waarvan de meneer MET ZONDER JAS!!!! naar het hotel liep, elke dag. Dat wil zeggen: in zo’n parka van wol waar nul voering in zit. Dat is IMHO in die gruwelijke ijselijkheid het equivalent van een schaamlapje! En dan ook nog op keurige van Bommel schoenen. Ik overleefde de wandeling naar het hotel steeds maar net, maar deze man moet wel vloeibaar stikstof in zijn aderen hebben gehad. Ik kan er nog wakker van liggen. Goed, exit roddelmodus. De huskytocht dan. That was something else! De eerste dag hadden we een oefentocht en de tweede en derde dag zou een lange tocht met overnachting worden. De oefentocht was (natuurlijk) koud, maar geweldig. Omdat er zo’n anderhalve meter sneeuw lag waren er met een sneeuwscooter paden gemaakt waar de husky’s overheen konden rennen zonder na 1 meter al vast te zitten in de sneeuw Starten was tamelijk ingewikkeld, als je denkt dat je het touw waarmee de honden met slee en al aan een boom zitten vastgebonden kunt losmaken, rustig op de slee kunt klimmen en ‘vort’ kunt roepen zit je er naast. Dan sta je naast een lege boom en zie je nog net in de verte wat staarten verdwijnen. De honden stonden al aan namelijk. Ze waren al op de plaats aan het rennen en maakten een hels kabaal. Ik moest in de slee gaan zitten en Sandra stond achterop. We hadden 6 honden voor de slee die onze bevallige derrières vooruit moesten zien te sleuren. Toen één van de medewerkers het touw losmaakte werden we gelanceerd en begon de tocht. Wat een snelheid, wat een euforie en eerlijk is eerlijk, wat een stank! De honden poepten onder het rennen en wat net niet in ons gezicht spetterde was een soort diarree met een zeer doordringende stank. Maar zoals elke natuurlijke bron was ook deze bron snel opgedroogd en konden we echt van de tocht genieten. En het was verpletterend mooi. Een strakblauwe lucht, volledig windstil en het enige wat je hoorde was het knerpen van de sneeuw en het gehijg van de honden. Voor de groep uit reed de gids op een sneeuwscooter. Sturen hoefde niet, de honden bleven automatisch op het pad. Hoewel… Nee, dat vertel ik straks. Halverwege stopten we om te lunchen. De honden werden weer aan een boom vastgebonden en ik werd losgebikt. Want zonder te bewegen in de slee zitten is koud. Kouder dan het hart van Kim Yong Un (hoewel de meneer van de blokhut naast ons in zijn schaamlapje waarschijnlijk om een koud biertje zou hebben gevraagd). De lunch bestond uit worstjes die we boven een vers gestookt vuurtje konden roosteren en dat was heerlijk! Ook was er warm bessensap en koekjes. Vervolgens ging de tocht weer terug naar de boerderij en was ik aan de buurt om op de slee te staan. Omdat je af en toe even mee moest rennen en duwen bleef iedereen die achterop stond heerlijk warm. Maar niet yours truely. Ondanks de extra beweging waarvan je bloed schijnt te gaan stromen, stroomde het bij mij van nek tot enkels tot polsen. En daar hield het feest op. Als snel werden mijn handen en voeten gevoelloos en ook mijn gezicht voelde ik niet meer en toen we weer bij de huskyfarm aankwamen was mijn opluchting dan ook groot. Gek genoeg was ik de enige die het echt heel koud had. Terug in het hotel was het eerste wat ik kocht was een balaclava om mijn gezicht te beschermen. Daarmee bedoel ik niet een van honing druipend gebakje dat ik over mijn gezicht zou smeren (hoewel ik dat stiekem best eens zou willen doen, helaas hebben mensen tongtechnisch gezien slechts een beperkt bereik over hun eigen gezicht dus stop ik het liever meteen in mijn  mond). Nee, het verschil is een ‘la’. Een balaclava is een soort bivakmuts. Dag twee was de dag waarop de overnachting in een wildernishut zou plaatsvinden. Deze keer kreeg iedereen een eigen slee, met 4 honden ervoor. Ik mocht helemaal achteraan starten, de gids ging weer voorop. Na de lancering ging de reis aanvankelijk prachtig, ik stond lekker op de slee, de honden liepen keurig en, in tegenstelling tot de rest van de deelnemers was ik er nog niet afgevallen. De tocht ging door nauwe bospaadjes met veel bochten en zo kon het gebeuren dat ik regelmatig langs een in de sneeuw liggend mens zoefde. Dat ik dan gewoon liet liggen. Want het duurde nooit lang of de scooter kwam langs, pikte het lichaam op, ving de uitzinnig rennende husky’s die zonder slee heel snel konden, zette de groep stil en het lichaam - wat het dan inmiddels weer deed- weer op de slee en een tijdje later konden we weer verder. En toen. Toen gebeurde het. In een zeer dicht bebost stuk splitste het pad zich. Alle sleeën voor mij gingen rechtdoor, mijn honden gingen rechtsaf. Ik ging met mijn hele gewicht op de rem staan, riep iets in de trant van: ‘HOOO GODVERDEGODSAMME STOPPEN POTVER!’ (en dan nog iets wat ermee te maken had dat ik ze even niet zo heel leuk en intelligent vond). Ze remden af en opeens stonden we muurvast in een meter sneeuw. Ik geef toe dat ik wat paniekerig was, de groep voor mij was al niet meer te horen. Afstappen was geen optie, de honden zouden onmiddellijk wegrennen en we waren al zo’n 30 kilometer onderweg. Ik bleef op de rem staan, andere opties overwegend. Als ik de slee liet gaan zou de scooter me weer oppikken, Ware het niet dat de honden de verkeerde kant op stonden, het kon dus nog geruime tijd duren voor ze me zouden missen. Doorgaan was ook geen optie, want waar zou het pad heen gaan? Diep de wildernis in, zonder eten bij -30? Ze moesten dus weer met de neus in de juiste richting gezet worden. Maar hoe doe je dat zonder van de slee te stappen? Uiteindelijk besloot ik met 1 been af te stappen, mijn handen gewoon vastgevroren te laten zitten aan de slee en met de andere voet de rem steeds heel even los te laten, zodat ik met mijn handen de slee in kleine stukjes kon draaien. En dat lukte. Na minutenlang zwoegen stonden we eindelijk in de juiste richting en konden we de groep weer achterna. En man, wat was ik trots op mezelf! Toen ik het tijdens de lunch aan de gids vertelde (niemand had iets gemerkt) zei hij luchtig dat alle paden weer naar de farm gaan. Ik was dus gewoon bij de boerderij aangekomen als ik was doorgegaan. Ook als ik van de slee was gevallen zouden ze me snel hebben gevonden. Wat het avontuur weer wat afzwakte. De overnachting was bijzonder. Koud. De hut was al in geen dagen gebruikt en het (toen niet zo) grappige was dat het binnen nog kouder aanvoelde dan buiten. We stookten de houtkachel flink op, maar het duurde toch nog zo’n 2 uur voordat de temperatuur in de hut tot boven het vriespunt was gekomen. En toen werd het heel gezellig, met een rendierstoofpot en sterke verhalen. Ik heb heerlijk geslapen in een legerslaapzak en met heel veel kleren aan. Ik dankte alle Samigoden dat ik voor het eerst in mijn leven niet midden in de nacht naar de WC hoefde, deze bevond zich namelijk buiten, op ruime afstand van de hut. De volgende dag gingen we weer op pad en om eerlijk te zijn weet ik daar niet zoveel meer van. Alleen dat ik het koud had en me serieus zorgen maakte over bevriezingsverschijnselen En dat ik –toen we weer bij de farm aankwamen- als enige uit de groep naar binnen werd gestuurd. De rest van de mensen moest eerst de honden verzorgen. Maar ik kon letterlijk bijna niet meer staan. Binnen waren koekjes, gebakjes en nog meer koekjes. Ik heb ook eentje voor Sandra overgelaten. Al mijn tenen bestaan gelukkig nog en achteraf kan ik zeggen dat het geweldig was. De natuur is overweldigend, we hebben zelfs nog een sneeuwscootertocht gemaakt, een wandeling naar het dal waar in het bezoekerscentrum een tentoonstelling was van hoe de mensen vroeger in Lapland leefden (Oh gruwel, die kou en geen moderne kleding) en rondgekeken bij de skipiste waar het heel gezellig was. Deze vakantie zou ik best nog eens willen doen, maar dan met Noordpoolschoenen en -handschoenen. Want ik zal het maar eerlijk bekennen: Hallo, mijn naam is Fiona Huisman en ik ben een watje.