Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2019 Fiona Huisman

In de krant

Paddenstoelenwerkdag IVN Het begint meteen goed, de paddenstoelenwerkdag van IVN Roden. ‘Een heksenkring van Nevelzwammen,’ wijst Henk van den Brink, voorzitter van IVN Roden. ‘Op zich niet heel bijzonder, maar er zit een Parasietbeurszwam op en deze parasiteert op de Nevelzwam.’ De auto´s zijn nog maar net geparkeerd, de regenjassen worden haastig aangetrokken, de loepjes omgehangen. Elke vrijdag komt de paddenstoelenwerkgroep van IVN bijeen om paddenstoelen te zoeken. Per hok van een kilometer  wordt een stuk bos uitgekamd om te noteren welke paddenstoelen er zoal groeien. Deze gegevens worden verwerkt in de databestanden  van de NMV, de Nederlandse Mycologische Vereniging. ‘We kunnen lang niet alle paddenstoelen meteen benoemen. Satijnzwammen bijvoorbeeld, dat is een hele grote groep. We weten dan wel van welke familie ze zijn, maar soms moeten ze thuis onder de microscoop gelegd worden om te kijken welke soort het precies is,’ zegt Cees Koelewijn, oud-voorzitter van IVN. Af en toe wikkelt hij voorzichtig een paddenstoeltje in een keukenrolpapiertje om mee te nemen. De bomen druppen nog na van de regen die inmiddels is gestopt. Het ruikt naar herfst, de vertrouwde geur van rottend blad. De sfeer is prima, af en toe wordt er een grapje gemaakt, maar de concentratie is groot. Negen man sterk, vier dames en vijf heren doorzoeken het bosje in Steenbergen, dat door mevrouw Landweer-Burger nagelaten werd aan Het Drentse Landschap. Er wordt aan paddenstoelen geroken, soms voorzichtig geproefd. Men overlegt met elkaar en namen worden doorgegeven aan Cees, die alles in zijn boekje noteert. ‘Stekeltrilzwam!’,  klinkt het, en: ´Muizenstaartzwam!’ Een van de paddenstoelen ruikt heerlijk naar anijs. Henk laat een klein zwammetje zien dat sierlijk als een ballerina op één been op een sparrenaald staat. ‘Paardenhaartaailing, vanwege dat haarfijne steeltje.’ En daar staat hij dan, de grote Stinkzwam.  Cees: ‘Als je goed gaat staan, kun je hem ruiken. Hij heet niet voor niks Stinkzwam. De Latijnse benaming is Phallus impudicus, wat zoveel betekent als schaamteloze penis. Er gaat een verhaal dat de nonnen hem vroeger weghaalden, om te voorkomen dat de schoolgaande jeugd hem zou zien.’ ‘Mensen gingen vroeger regelmatig dood aan het eten van paddenstoelen. Zoals de aan de aan boleten verwante Gewone krulzoom. Daar ga je niet meteen dood aan, het gaat best een tijdje goed. Maar het gif is cumulatief, het stapelt zich op. En dan ga je er dood aan.’ Cees eet zelf wel eens paddenstoelen uit het bos. ‘mijn vrouw is er niet zo van, maar ik gooi ze wel eens stiekem door de soep,’ grinnikt hij, ‘sommige zijn echt lekker.’ Er wordt een stuk schors aangedragen. Naast piepkleine witte paddenstoeltjes die Houtknoopje heten, zitten er mieren met eieren en pissebedden op. Het is een eco-systeem op zich. De tak wordt bekeken en zorgvuldig teruggelegd. Wil Folkers komt met een vlindertje aanzetten. ‘Een Grote Wintervlinder,’ zegt ze enthousiast. ‘Een hele mooie!’ Naast belangstelling voor vlinders, had ze ook altijd al een grote interesse in paddenstoelen. ‘Ik had er nooit veel tijd voor, maar na mijn pensionering wel. Ik maakte altijd al veel foto’s. Ik zit ook bij IVN Vries, maar die hebben geen paddenstoelenwerkgroep. De namen zijn het moeilijkst. Elk jaar moeten we weer hard nadenken. Uiteindelijk komt de kennis weer terug, maar het duurt altijd even. Zal de ouderdom wel zijn.’ De paddenstoelenwerkgroep komt elke vrijdag bijeen,’ zegt Cees. ‘Tot het gaat vriezen, dan is het snel gedaan met de paddenstoelen. Vorig jaar konden we tot ver in januari op pad. Dit jaar is niet het beste jaar, het was de afgelopen zomer veel te droog, maar het valt me nog mee. Vorige week scoorden we toch zo’n 141 soorten in de Lettelberter Petten. Iedereen is welkom, maar bel wel eerst even, ook voor informatie over onze nieuwe paddenstoelengids (050 50 10740).’
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2019 Fiona Huisman

In de krant

Paddenstoelenwerkdag IVN Het begint meteen goed, de paddenstoelenwerkdag van IVN Roden. ‘Een heksenkring van Nevelzwammen,’ wijst Henk van den Brink, voorzitter van IVN Roden. ‘Op zich niet heel bijzonder, maar er zit een Parasietbeurszwam op en deze parasiteert op de Nevelzwam.’ De auto´s zijn nog maar net geparkeerd, de regenjassen worden haastig aangetrokken, de loepjes omgehangen. Elke vrijdag komt de paddenstoelenwerkgroep van IVN bijeen om paddenstoelen te zoeken. Per hok van een kilometer  wordt een stuk bos uitgekamd om te noteren welke paddenstoelen er zoal groeien. Deze gegevens worden verwerkt in de databestanden  van de NMV, de Nederlandse Mycologische Vereniging. ‘We kunnen lang niet alle paddenstoelen meteen benoemen. Satijnzwammen bijvoorbeeld, dat is een hele grote groep. We weten dan wel van welke familie ze zijn, maar soms moeten ze thuis onder de microscoop gelegd worden om te kijken welke soort het precies is,’ zegt Cees Koelewijn, oud- voorzitter van IVN. Af en toe wikkelt hij voorzichtig een paddenstoeltje in een keukenrolpapiertje om mee te nemen. De bomen druppen nog na van de regen die inmiddels is gestopt. Het ruikt naar herfst, de vertrouwde geur van rottend blad. De sfeer is prima, af en toe wordt er een grapje gemaakt, maar de concentratie is groot. Negen man sterk, vier dames en vijf heren doorzoeken het bosje in Steenbergen, dat door mevrouw Landweer- Burger nagelaten werd aan Het Drentse Landschap. Er wordt aan paddenstoelen geroken, soms voorzichtig geproefd. Men overlegt met elkaar en namen worden doorgegeven aan Cees, die alles in zijn boekje noteert. ‘Stekeltrilzwam!’,  klinkt het, en: ´Muizenstaartzwam!’ Een van de paddenstoelen ruikt heerlijk naar anijs. Henk laat een klein zwammetje zien dat sierlijk als een ballerina op één been op een sparrenaald staat. ‘Paardenhaartaailing, vanwege dat haarfijne steeltje.’ En daar staat hij dan, de grote Stinkzwam.  Cees: ‘Als je goed gaat staan, kun je hem ruiken. Hij heet niet voor niks Stinkzwam. De Latijnse benaming is Phallus impudicus, wat zoveel betekent als schaamteloze penis. Er gaat een verhaal dat de nonnen hem vroeger weghaalden, om te voorkomen dat de schoolgaande jeugd hem zou zien.’ ‘Mensen gingen vroeger regelmatig dood aan het eten van paddenstoelen. Zoals de aan de aan boleten verwante Gewone krulzoom. Daar ga je niet meteen dood aan, het gaat best een tijdje goed. Maar het gif is cumulatief, het stapelt zich op. En dan ga je er dood aan.’ Cees eet zelf wel eens paddenstoelen uit het bos. ‘mijn vrouw is er niet zo van, maar ik gooi ze wel eens stiekem door de soep,’ grinnikt hij, ‘sommige zijn echt lekker.’ Er wordt een stuk schors aangedragen. Naast piepkleine witte paddenstoeltjes die Houtknoopje heten, zitten er mieren met eieren en pissebedden op. Het is een eco-systeem op zich. De tak wordt bekeken en zorgvuldig teruggelegd. Wil Folkers komt met een vlindertje aanzetten. ‘Een Grote Wintervlinder,’ zegt ze enthousiast. ‘Een hele mooie!’ Naast belangstelling voor vlinders, had ze ook altijd al een grote interesse in paddenstoelen. ‘Ik had er nooit veel tijd voor, maar na mijn pensionering wel. Ik maakte altijd al veel foto’s. Ik zit ook bij IVN Vries, maar die hebben geen paddenstoelenwerkgroep. De namen zijn het moeilijkst. Elk jaar moeten we weer hard nadenken. Uiteindelijk komt de kennis weer terug, maar het duurt altijd even. Zal de ouderdom wel zijn.’ De paddenstoelenwerkgroep komt elke vrijdag bijeen,’ zegt Cees. ‘Tot het gaat vriezen, dan is het snel gedaan met de paddenstoelen. Vorig jaar konden we tot ver in januari op pad. Dit jaar is niet het beste jaar, het was de afgelopen zomer veel te droog, maar het valt me nog mee. Vorige week scoorden we toch zo’n 141 soorten in de Lettelberter Petten. Iedereen is welkom, maar bel wel eerst even, ook voor informatie over onze nieuwe paddenstoelengids (050 50 10740).’