Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2019 Fiona Huisman

In de krant

Ranavirus bij kikkers. Omdat ik wel eens meer wil weten over het nog tamelijk onbekende Ranavirus, wat in korte tijd veel kikkers kan doden, heb ik mezelf uitgenodigd bij Cees Koelewijn. Cees was 18 jaar lang voorzitter van het IVN in Roden en is sinds kort gestopt met het voorzitterschap. ‘Mijn vrouw is nu ook met pensioen, dus wordt het tijd om samen leuke dingen te gaan doen.’ We lopen door de wilde achtertuin van Cees, waar de prachtigste bloemen bloeien. Rond de vijver gonst en plonst het. ‘Er zitten naast kikkers, ook salamanders in de vijver,’ vertelt Cees, ‘hartstikke leuk, maar de salamanders eten ook de kikkerlarven op. Momenteel houdt het zich aardig in stand. Onlangs heb ik nog een stel kikkers verhuisd, ze maakten zo’n kabaal dat de buurman er hinder van had. Dat moet niet.’ Over kikkers gesproken. Wat is nu precies dat Ranavirus? Cees: ‘Het Ranavirus, dat al wereldwijd gesignaleerd is, werd in Nederland voor het eerst in 2010 op het Dwingelderveld ontdekt. Het is een virus met meerdere varianten. Het veroorzaakt celdood, breekt inwendige organen af, zoals lever, nieren en het spijsverteringsorgaan. Een besmette kikker is makkelijk te herkennen, hij krijgt poliepen, gaat vervellen, krijgt bloeduitstortingen. Ook vissen en reptielen kunnen besmet worden. Het aantal kikkers in het Dwingelderveld werd toen gedecimeerd en is daarvan nog niet hersteld. In 2016 was het virus daar nog steeds actief. Je kunt je voorstellen dat zoiets ook gevolgen heeft voor predatoren, zoals de Adder. ’ Ik vraag me af of het virus ook overdraagbaar is op mensen, maar Cees stelt me gerust: ‘het virus vermenigvuldigt zich bij temperaturen tussen de 12 en 32 graden Celsius en wij zijn een stuk warmer.’ Niet overdraagbaar op mensen dus, maar behoorlijk verontrustend. ‘Klopt, het is een echte epidemie. We weten nog niet precies hoe het gaat uitpakken, maar een wat minder sterk vertegenwoordigde soort zou zomaar ergens uit kunnen sterven. Uiteindelijk zie je, net als bij myxomatose bij konijnen, dat de sterke individuen overblijven. Maar het zou zo kunnen zijn dat zo’n populatie zich nooit weer herstelt.’ En bij ons in de buurt? ‘Gelukkig nog niet. Voor zover ik weet is het nog niet waargenomen in De Onlanden, en ook niet in het Fochteloërveen. Bij het Schillenveen in Langelo zitten nog steeds enorm veel heikikkers. De besmetting is horizontaal, wordt dus van dier op dier overgedragen. Maar ook mensen zouden de besmetting kunnen overdragen, als ze van de ene plek op de andere komen. Een aan het Ranavirus overleden kikker ziet er uit alsof hij op het punt staat weg te springen. Maar hij is dood. Zie je verdachte gevallen, meld deze dan bij het RAVON’ We lopen nog een laatste keer door de tuin, aan de muur hangen zelfgebouwde insectenhotels. ‘Zo simpel om te maken, een paar balkjes met gaten erin en je ziet dat ze al in gebruik genomen zijn.’ Er zijn inderdaad veel gaatjes dichtgemetseld. Overal vliegen bijen, hommels en zweefvliegen rond. Ik zie zelfs een paar libellen. Cees kan elke soort benoemen. Hij is duidelijk een natuurman in hart en nieren en een begenadigd verteller. ‘Maar eigenlijk ben ik een paddenstoelenman. Dit droge weer is een ramp voor paddenstoelen. Maar ja, zo is de natuur nu eenmaal. Uiteindelijk herstelt het zich weer, maar veel paddenstoelen gaan we deze herfst waarschijnlijk niet zien.’
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2019 Fiona Huisman

In de krant

Ranavirus bij kikkers. Omdat ik wel eens meer wil weten over het nog tamelijk onbekende Ranavirus, wat in korte tijd veel kikkers kan doden, heb ik mezelf uitgenodigd bij Cees Koelewijn. Cees was 18 jaar lang voorzitter van het IVN in Roden en is sinds kort gestopt met het voorzitterschap. ‘Mijn vrouw is nu ook met pensioen, dus wordt het tijd om samen leuke dingen te gaan doen.’ We lopen door de wilde achtertuin van Cees, waar de prachtigste bloemen bloeien. Rond de vijver gonst en plonst het. ‘Er zitten naast kikkers, ook salamanders in de vijver,’ vertelt Cees, ‘hartstikke leuk, maar de salamanders eten ook de kikkerlarven op. Momenteel houdt het zich aardig in stand. Onlangs heb ik nog een stel kikkers verhuisd, ze maakten zo’n kabaal dat de buurman er hinder van had. Dat moet niet.’ Over kikkers gesproken. Wat is nu precies dat Ranavirus? Cees: ‘Het Ranavirus, dat al wereldwijd gesignaleerd is, werd in Nederland voor het eerst in 2010 op het Dwingelderveld ontdekt. Het is een virus met meerdere varianten. Het veroorzaakt celdood, breekt inwendige organen af, zoals lever, nieren en het spijsverteringsorgaan. Een besmette kikker is makkelijk te herkennen, hij krijgt poliepen, gaat vervellen, krijgt bloeduitstortingen. Ook vissen en reptielen kunnen besmet worden. Het aantal kikkers in het Dwingelderveld werd toen gedecimeerd en is daarvan nog niet hersteld. In 2016 was het virus daar nog steeds actief. Je kunt je voorstellen dat zoiets ook gevolgen heeft voor predatoren, zoals de Adder. ’ Ik vraag me af of het virus ook overdraagbaar is op mensen, maar Cees stelt me gerust: ‘het virus vermenigvuldigt zich bij temperaturen tussen de 12 en 32 graden Celsius en wij zijn een stuk warmer.’ Niet overdraagbaar op mensen dus, maar behoorlijk verontrustend. ‘Klopt, het is een echte epidemie. We weten nog niet precies hoe het gaat uitpakken, maar een wat minder sterk vertegenwoordigde soort zou zomaar ergens uit kunnen sterven. Uiteindelijk zie je, net als bij myxomatose bij konijnen, dat de sterke individuen overblijven. Maar het zou zo kunnen zijn dat zo’n populatie zich nooit weer herstelt.’ En bij ons in de buurt? ‘Gelukkig nog niet. Voor zover ik weet is het nog niet waargenomen in De Onlanden, en ook niet in het Fochteloërveen. Bij het Schillenveen in Langelo zitten nog steeds enorm veel heikikkers. De besmetting is horizontaal, wordt dus van dier op dier overgedragen. Maar ook mensen zouden de besmetting kunnen overdragen, als ze van de ene plek op de andere komen. Een aan het Ranavirus overleden kikker ziet er uit alsof hij op het punt staat weg te springen. Maar hij is dood. Zie je verdachte gevallen, meld deze dan bij het RAVON’ We lopen nog een laatste keer door de tuin, aan de muur hangen zelfgebouwde insectenhotels. ‘Zo simpel om te maken, een paar balkjes met gaten erin en je ziet dat ze al in gebruik genomen zijn.’ Er zijn inderdaad veel gaatjes dichtgemetseld. Overal vliegen bijen, hommels en zweefvliegen rond. Ik zie zelfs een paar libellen. Cees kan elke soort benoemen. Hij is duidelijk een natuurman in hart en nieren en een begenadigd verteller. ‘Maar eigenlijk ben ik een paddenstoelenman. Dit droge weer is een ramp voor paddenstoelen. Maar ja, zo is de natuur nu eenmaal. Uiteindelijk herstelt het zich weer, maar veel paddenstoelen gaan we deze herfst waarschijnlijk niet zien.’