Fiona Huisman.
 Kleine Reisjes en andere verhalen.
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Wekeromse zand Voor de derde keer zijn we op vakantie in Gelderland, in een huisje dat tegen het Wekeromse Zand aan ligt. Omdat je daar niet met honden mag lopen vanwegde de moeflons, ben ik er nog niet geweest. Ik ben erg nieuwsgierig naar deze beesten, ik heb er veel enthousiaste verhalen over gehoord. Omdat Lison een gewonde poot heeft en Bo niet meer zo ver wil lopen heb ik vandaaag de kans er alleen op uit te gaan. (zonder vreselijk schuldgevoel hoewel 2 paar donkerbruine ogen me smekend en verwijtend tegelijk door de achterdeur na staren). Eén van de ingangen van het Wekeromse Zand is vlakbij ons huisje en daar ga ik dan eindelijk dit mooie natuurgebied binnen. Ik ben even vergeten welke paaltjes ik ook alweer moest volgen, maar verwacht dat er wel een bord zal staan met de verschilende routes. Niet dus. Nou ja, dan maar gewoon het pad volgen. Het is vreemd weer, de vogels zijn doodstil, het waait niet en het is bewolkt. Dat alles maakt dat ik in volmaakte stilte loop, gevangen in een bel van rust. Ik loop door de rand van een bos, met prachtige oude en grillige dennebomen. Rechts van mij  het zand. De bel van rust wordt af en toe doorbroken door de kreet van een roofvogel, om zich daarna meteen weer te sluiten. Het moeflongehalte is tot nu toe erg laag. Ik probeer op interet te vinden of ik inderdaad de geel met rode paaltjes moet volgen, maar ik heb geen bereik. Ooit was ik in Afrika, midden in Oeganda. Geen dorpje te zien, asfaltwegen hadden we al 2 dagen geleden achter ons gelaten. In de verste verte geen hut te zien, maar: perfect internetbereik. Hier, in dit dichtbevolkte Nederland, op een stukje zandverstuiving: niks. Maar dat past best wel bij mijn alleen op de wereld gevoel. Dus dan toch maar de geel/rode paaltjes volgen. Al snel moet ik het zand oversteken en terwijl ik in het midden sta heb ik een weids uitzicht. Niet op moeflons, dat dan weer niet. De paaltjes leiden mij door een prachtig landschap en voor ik het weet sta ik opeens bij een parkeerplaats. Daar staat wel een kaart en als ik mijn route wil vervolgen moet ik door koeiengebied. Op het informatie bord staat dat de kleine heidekoeien (Heidekoetjes staat er zelfs lievig) de boel hier begrazen. Ik stel mij koeien ter grootte van een schaap voor, maar dat valt vies tegen. Want even verderop liggen ze op het pad. En las ik niet ergens dat je 25 meter afstand moet houden? En dat je op de paden moet blijven? Ik moet dus kiezen welke overtreding ik bega, want de stier die op het pad ligt is niet klein. Daar is niks ‘…tje’- achtigs aan. Niet in de verste verte. Sterker nog, dat is een huge-ass stier. En ik moet zó dicht langs hem, dat ik zomaar op zijn staart zou kunnen trappen. Links van mij ligt een weiland dat met schrikdraad is afgezet. Er staat niks in en er is zelfs een ingang! Deze veilige optie kiezend kan ik prima de koeien op de foto zetten. Natuurlijk doen ze niks, maar ik weet natuurlijk niet of zij dat ook weten. Gelukkig kan ik het weiland verderop ook weer uit. Na de koeien word ik door een stuk bloeiende heide geleid, prachtig. Hier staat een bankje en daar blijf ik een hele tijd genieten van het geluid van de zomer: duizenden bijen zoemen een slaapliedje. Als één geluid de zomer weerspiegeld dan is dat het. (than again: er had ook een rottend lijk kunnen liggen dat door duizenden vliegen omringd werd, ik zou het verschil waarschijnlijk niet horen. Alleen ruikt dat beduidend minder lekker) En toen, tussen al dat moois, stond dit. Dat was dan weer jammer. En een beetje gek. Het laatste stuk ging weer door het bos en uiteindelijk kwam ik weer bij mijn startpunt uit. Deze wandeling had een lengte van zo’n 7 kilometer en was zeer de moeite waard. Een kaartje uitprinten is wel handig, want uiteindelijk veranderen de geel/rode paaltjes in rode paaltjes, wat de boel knap verwarrend kan maken. Moeflons ben ik niet tegengekomen. Sterker nog, ik heb nog nooit een wild zwijn gezien. Of een eland toen ik in Noorwegen was. Of een rendier toen ik in Lapland was. Ik geloof er niks van dat ze bestaan….
Kleine Reisjes en andere verhalen
Fiona Huisman
© 2019 Fiona Huisman

Reisjes

Wekeromse zand Voor de derde keer zijn we op vakantie in Gelderland, in een huisje dat tegen het Wekeromse Zand aan ligt. Omdat je daar niet met honden mag lopen vanwegde de moeflons, ben ik er nog niet geweest. Ik ben erg nieuwsgierig naar deze beesten, ik heb er veel enthousiaste verhalen over gehoord. Omdat Lison een gewonde poot heeft en Bo niet meer zo ver wil lopen heb ik vandaaag de kans er alleen op uit te gaan. (zonder vreselijk schuldgevoel hoewel 2 paar donkerbruine ogen me smekend en verwijtend tegelijk door de achterdeur na staren). Eén van de ingangen van het Wekeromse Zand is vlakbij ons huisje en daar ga ik dan eindelijk dit mooie natuurgebied binnen. Ik ben even vergeten welke paaltjes ik ook alweer moest volgen, maar verwacht dat er wel een bord zal staan met de verschilende routes. Niet dus. Nou ja, dan maar gewoon het pad volgen. Het is vreemd weer, de vogels zijn doodstil, het waait niet en het is bewolkt. Dat alles maakt dat ik in volmaakte stilte loop, gevangen in een bel van rust. Ik loop door de rand van een bos, met prachtige oude en grillige dennebomen. Rechts van mij  het zand. De bel van rust wordt af en toe doorbroken door de kreet van een roofvogel, om zich daarna meteen weer te sluiten. Het moeflongehalte is tot nu toe erg laag. Ik probeer op interet te vinden of ik inderdaad de geel met rode paaltjes moet volgen, maar ik heb geen bereik. Ooit was ik in Afrika, midden in Oeganda. Geen dorpje te zien, asfaltwegen hadden we al 2 dagen geleden achter ons gelaten. In de verste verte geen hut te zien, maar: perfect internetbereik. Hier, in dit dichtbevolkte Nederland, op een stukje zandverstuiving: niks. Maar dat past best wel bij mijn alleen op de wereld gevoel. Dus dan toch maar de geel/rode paaltjes volgen. Al snel moet ik het zand oversteken en terwijl ik in het midden sta heb ik een weids uitzicht. Niet op moeflons, dat dan weer niet. De paaltjes leiden mij door een prachtig landschap en voor ik het weet sta ik opeens bij een parkeerplaats. Daar staat wel een kaart en als ik mijn route wil vervolgen moet ik door koeiengebied. Op het informatie bord staat dat de kleine heidekoeien (Heidekoetjes staat er zelfs lievig) de boel hier begrazen. Ik stel mij koeien ter grootte van een schaap voor, maar dat valt vies tegen. Want even verderop liggen ze op het pad. En las ik niet ergens dat je 25 meter afstand moet houden? En dat je op de paden moet blijven? Ik moet dus kiezen welke overtreding ik bega, want de stier die op het pad ligt is niet klein. Daar is niks ‘…tje’- achtigs aan. Niet in de verste verte. Sterker nog, dat is een huge-ass stier. En ik moet zó dicht langs hem, dat ik zomaar op zijn staart zou kunnen trappen. Links van mij ligt een weiland dat met schrikdraad is afgezet. Er staat niks in en er is zelfs een ingang! Deze veilige optie kiezend kan ik prima de koeien op de foto zetten. Natuurlijk doen ze niks, maar ik weet natuurlijk niet of zij dat ook weten. Gelukkig kan ik het weiland verderop ook weer uit. Na de koeien word ik door een stuk bloeiende heide geleid, prachtig. Hier staat een bankje en daar blijf ik een hele tijd genieten van het geluid van de zomer: duizenden bijen zoemen een slaapliedje. Als één geluid de zomer weerspiegeld dan is dat het. (than again: er had ook een rottend lijk kunnen liggen dat door duizenden vliegen omringd werd, ik zou het verschil waarschijnlijk niet horen. Alleen ruikt dat beduidend minder lekker) En toen, tussen al dat moois, stond dit. Dat was dan weer jammer. En een beetje gek. Het laatste stuk ging weer door het bos en uiteindelijk kwam ik weer bij mijn startpunt uit. Deze wandeling had een lengte van zo’n 7 kilometer en was zeer de moeite waard. Een kaartje uitprinten is wel handig, want uiteindelijk veranderen de geel/rode paaltjes in rode paaltjes, wat de boel knap verwarrend kan maken. Moeflons ben ik niet tegengekomen. Sterker nog, ik heb nog nooit een wild zwijn gezien. Of een eland toen ik in Noorwegen was. Of een rendier toen ik in Lapland was. Ik geloof er niks van dat ze bestaan….